Bert en Bono
woensdag 3 november 2010 16:15 door Gijsbert Kamer

Fascinerend boek, En Zij Noemden Hem Bono – Ontmoetingen 1982-heden van Bert van de Kamp.

Ook een uniek boek. Want weinig anderen hadden het kunnen schrijven, en ik verwacht ook niet dat er in de toekomst een boek zal verschijnen waarin een popjournalist uit een klein land zijn ontmoetingen met een langzaam tot wereldster uitgroeiende popmuzikant zodanig uiteen zet.

Het is ook een mooie aanvulling bij Anton Corbijns imposante fotoboek U2 & i. Bijzonder dat twee Nederlanders zo'n goede band met de Bono en U2 hebben kunnen krijgen, en dat ook al zo lang.

Ik probeerde me bij het lezen voor te stellen waarom Bono zo bijzonder gecharmeerd raakte van Bert van de Kamp, journalist van Muziekkrant OOR zoals het in 1982 nog heette. Want er was iets bijzonders tussen die twee, dat is duidelijk. Zo heel vaak hebben ze elkaar eigenlijk niet ontmoet, en Van de Kamp was er zoals hij zelf toegeeft betrekkelijk laat bij. Tussen de eerste ontmoeting (1982) en de tweede gaapt bovendien een gat van bijna vijf jaar.

Toch geloof ik Bert wanneer hij zegt dat er iets van herkenning was. Dat kon ik me ooit maar moeilijk voorstellen, want ik maak zelden mee dat een artiest me echt herkent. Ook al begint een gesprek vaak met: 'hebben we elkaar niet eerder ontmoet?'.

Sinds ik Lou Reed een keer heb gesproken, en die zelf heel enthousiast begon te vertellen over 'Bert from Holland, a great guy who knows a lot about music', geloof ik echter dat er tussen Bono en Bert een band is ontstaan.

Dat komt voor een deel, denk ik, door de tijd waarin ze elkaar hebben leren kennen. Het is 1982, Bert is midden dertig, Bono begin twintig. Er waren toen wel popjournalisten van Berts leeftijd maar die hielden zich niet meer zo bezig met jonge, aanstormende artiesten. Tegenwoordig ben je met 35 nog betrekkelijk jong in het vak, toen niet.

Ik weet zelf nog goed dat ook mij het verbaasde dat Bert op U2 was afgestuurd. Dat was meer iets voor mensen als Alfred Bos of Swie Tio. Niet dat Bert niet van nieuwe muziek hield, ik geloof zelfs dat hij van alle OOR-journalisten misschien wel het meest in experimentele muziek geïnteresseerd was. Vooral hij schreef bijvoorbeeld over bands als Cabaret Voltaire en This Heat.

Dat hij in Hattem 1982, voorafgaande aan Veronica's Countdown concert van U2 bij de band aanschoof had dan ook te maken met Berts liefde voor de band Virgin Prunes. Tussen U2 en Virgin Prunes was een grote connectie, ze woonden allebei in het denkbeeldige dorp Lypton Village. Ik had er nog nooit over gelezen, totdat Bert er over schreef in OOR. Ik herinner me een mooi opgemaakt verhaal (met ansichtkaart 'Groeten Uit Lypton Village') waarin beide bands aan het woord kwamen.

Het interview met Bono en de manager van U2 (nog altijd dezelfde Paul McGuinness) gaat, zo merkte Van de Kamp bij het samenstellen van de bundel ook, nauwelijks over de muziek van U2 maar veel meer over Lypton Village en Virgin Prunes.

Ik denk dat dit Bono in hoge mate heeft geamuseerd. Komt er een wat oudere man een interview afnemen, wil die vooral praten over zijn vrienden van Virgin Prunes en over allerlei andere bands en artiesten. Maar allemaal op een zeer integere manier. En bovendien een gesprek op niveau. Bert wierp zich niet op als de oude journalist die alles al heeft meegemaakt, waar veel van zijn Britse collega's zich indertijd schuldig aan maakten, en dat moet Bono enigszins verbaasd hebben.

Aardig vond ik de passage waarin Bono zegt: 'Er is een element van trust voor nodig voor goede rock 'n roll. Het gaat om vertrouwen.

Bert: Wat tevens de titel is van een plaat van Elvis Costello: Trust

Bono: Elvis Costello zou ik wel vertrouwen. Er zit volgens mij een zekere waardigheid in wat hij doet. Hij is als songschrijver trouw aan zichzelf. We hebben Bruce Springsteen ontmoet en ik weet dat hij deugt. Dat wist ik al, maar na hem te hebben ontmoet, was het duidelijk. Je pikt gevoelens van mensen op.

Bert: Hij is ook de zingende rock 'n roll miljonair waar ik me soms een beetje naïef bij voel.

Vooral die laatste opmerking (waar Bono het niet mee eens is en tot genoegen van Bert over Lennon en Dylan begint) zegt veel over de tijd waarin het gesprek plaatsvond.

Hoewel de echte doorbraak van Springsteen met Born In The USA nog twee jaar op zich liet wachten, hoorde the Boss toen al in een ander muziekkamp. Ik hield van The River en werd een jaar eerder finaal ondersteboven geblazen door zijn concert in Ahoy'. Maar je kon eigenlijk niet zowel van new wave bands als Simple Minds, The Sound en U2 houden als van Bruce Springsteen.

Zo'n opmerking over Bruce de miljonair zou Bert, en dat weet ik zeker, nu nooit meer maken. Hij heeft Bono er ook nooit minder om vertrouwd, en die is nog vele malen rijker.

Maar toen, in 1982, waren rijke popsterren toch voor velen al snel een beetje verdacht.

Ik denk dat Bono het ook leuk vond dat Bert min of meer aangaf aanvankelijk eigenlijk niet zo van U2 te houden, zijn bekering kwam pas vijf jaar later.

Bij mij ook. Ik vond The Unforgettable Fire pas echt goed, en The Joshua Tree nog beter. Maar ik zag die band een aantal keer begin jaren tachtig (je kon toen gewoon een week van te voren nog voor weinig een kaartje kopen voor U2 in Vredenburg) en was weinig onder de indruk van dat gezwaai met vlaggen.

Bono zal met plezier de komst van Bert iedere keer hebben afgewacht want het waren altijd prettige gesprekken. De heren wisselden weetjes en teksten van hun beider helden Lou Reed en Bob Dylan uit. Bert stak er een sigaartje bij op, en Bono voelde zich ook op zijn gemak. Die gesprekken zijn nog altijd zeer de moeite waard om te lezen, omdat zonder dat Bert er expliciet naar vraagt toch veel van Bono's drijfveren uit naar voren komt.

Ik denk echt dat in latere jaren Bono echt benieuwd was naar wat Bert van bepaalde dingen vond.

Een kwestie van vertrouwen.

Dat is bijzonder. Ik ken weinig popboeken waar zo'n relatie tussen artiest en journalist uit blijkt, zonder dat het klef wordt.

Nogmaals, het heeft ook met andere tijden te maken. Journalisten hadden toen makkelijker toegang tot en meer tijd met artiesten. Dat artiesten als ze een Nederlandse journalist nog weten te herinneren hooguit de namen Bert, Jip en Constant weten, heeft ook te maken met het gegeven dat Van de Kamp, Golsteijn en Meijers ook veel meer tijd, in vaak veel lossere omgevingen met de artiesten hadden dan de laatste decennia het geval is.

Zo'n boek als Bert van de Kamp nu geschreven heeft zal er niet zo snel meer komen.

Zonder er op uit te zijn geweest heeft Bert iets bij Bono weten te raken, en ook al weet Bert waarschijnlijk niet wat precies, het is mooi dat hij zijn bevindingen heeft geboekstaafd.

Ik heb er aan getwijfeld en ook wel eens lacherig over gedaan, of het goed is om te streven naar een postillion d'amour tussen artiest en journalist. Maar in het geval Bert en Bono weet ik dat het bestaat.