Pop en Religie (2)
'They call me the Seeker/ I've been searching low and high/ I won't get what I'm after/ Until the day I die...'
Regels afkomstig uit The Seeker van The Who uit 1970. Op papier gezet door Pete Townshend die het hier duidelijk over zichzelf had. Je hebt zoekers en niet-zoekers. De eerste groep wordt gevormd door mensen die hun hele leven op zoek zijn naar het antwoord op de vraag: Wat is de zin van dit bestaan? Wie daar niet zo mee bezig is, valt al gauw in de tweede groep. Luisteren wij nog even verder naar zoeker Pete: 'I asked Bobby Dylan/ I asked The Beatles/ I asked Timothy Leary/ But they couldn't help me either...'
Rock & Roll, geboren in de jaren vijftig, was in jaren zestig bij zijn volle verstand gekomen en dat uitte zich vooral in de teksten die steeds diepzinniger werden. Bob Dylan was daarmee begonnen en The Beatles, met Lennon voorop, was hem daarin gevolgd. Hemelbestormende teksten, vol introspectie en zelfonderzoek, wat in de jaren zeventig bij veel artiesten leidde tot het volgen van allerlei goeroes en vage figuren. Pete Townshend volgde Meher Baba, Carlos Santana liep achter Sri Chinmoy aan en Cat Stevens werd moslim. Anderen, zoals Roger McGuinn (van The Byrds) en Bob Dylan verklaarden zich herboren Christenen, weer anderen sloten zich aan bij de Scientology-kerk, het Zenboeddhisme, de Hara Krishna-beweging of de Baghwan. Er werd in die jaren druk aan 'sensitivity training' gedaan, aan 'rebirthing' en aan reïncarnatietherapie. Dit alles liet natuurlijk sporen na in de muziek, die zo zere neus werd dat zij al haar oorspronkelijke amusementswaarde begon te verliezen.
Toen kwam de punk. Een broodnodige injectie van vitaliteit en het 'no bullshit'-serum. Hoogdravende pretenties verdwenen door het open raam en maakten plaats voor een primitieve overlevingsdrang. Uit de punk kwamen echter nieuwe zoekers voort, Bono, Michael Stipe en Nick Cave, die zich lieten inspireren door voorgangers als Lennon, Dylan en Leonard Cohen. De laatste is niet zomaar een liedjeszanger, maar een romantisch-decadent dichter met een eigen theologie waarover hij in een interview niet meer wilde loslaten dan: 'ik geloof dat het hele bestaan een droom is.'
Een van de grootste profetische zangers was Bob Marley, de spreekbuis van een generatie rastamannen en -vrouwen in Jamaica en Engeland. 'My hand was made strong by the Almighty,' zong hij in Redemption Song, 'We forward in this generation triumphantly...' Hij stierf in 1981 op 36-jarige leeftijd. In een tijd van ontkerkelijking lijken artiesten soms de rol van sjamaan, hogepriester of profeet over te nemen. Marley's volk kwam uit Afrika, de stam van Jah, die geloofde in de terugkeer naar het Beloofde Land (Zion) in dit of een volgend leven. Want: 'God knows there's a heaven/ God knows that it's out of sight.' (Dylan).